Een echtscheiding is een ingrijpende gebeurtenis die vaak grote gevolgen heeft voor allen die bij een echtscheiding betrokken zijn en gaat regelmatig gepaard met heftige emoties. Het is daarom van groot belang dat u zowel voorafgaand als tijdens de echtscheiding goede voorlichting en begeleiding krijgt. Een persoonlijke aanpak is hierbij erg belangrijk. Immers, geen mens is hetzelfde en ook de ene echtscheiding is de andere niet. Wanneer u besluit uw echtscheiding op ons kantoor te laten behandelen, zullen wij dan ook proberen om zo veel mogelijk tot oplossingen te komen die aansluiten bij uw persoonlijke wensen.
Met onderstaande informatie proberen wij u alvast meer inzicht te verschaffen in de diverse mogelijkheden om een echtscheiding af te wikkelen en de meest voorkomende aspecten van een echtscheiding. Mocht u na het lezen van deze informatie nog vragen hebben, dan kunt u altijd telefonisch contact opnemen (0162-461330 of een email zenden naar info@advocatenkantoor-verstrepen.nl
Een eerste belangrijke keuze die u vooraf dient te maken is of u alleen dan wel samen met uw partner een advocaat neemt.
De meerderheid van de echtscheidingen vindt nog altijd plaats op basis van een eenzijdig verzoek. Eén van de partijen dient dan met tussenkomst van zijn/haar advocaat een verzoekschrift tot echtscheiding in bij de rechtbank, waarna de andere partij gelegenheid krijgt om hier schriftelijk op te reageren en eventueel zelf ook nog een verzoek aan de rechtbank te doen. Indien partijen het tussentijds niet eens worden zal er vervolgens een zitting plaatsvinden bij de rechtbank. Tijdens deze zitting kunnen partijen hun standpunt nog eens mondeling toelichten. Als de rechtbank voldoende informatie heeft volgt in beginsel binnen enkele weken na de zitting de uitspraak. Nadeel van deze manier van scheiden is dat de procedure over het algemeen veel tijd in beslag neemt. De duur van de procedure kan variëren van enkele tot vele maanden. Soms is dit echter onvermijdelijk omdat partijen het simpelweg niet eens kunnen worden.
Indien tijdens de echtscheidingsprocedure sprake is van spoedeisende belangen dan kan de rechtbank altijd verzocht worden om een spoedvoorziening te treffen. Dit heet het verzoek om voorlopige voorzieningen. Een voorlopige voorziening kan onder meer gevraagd worden met betrekking tot de volgende onderwerpen: Tijdelijk gebruik van de echtelijke woning door één van de partijen, een tijdelijke voorziening m.b.t verblijfplaats en gezag van de kinderen en partner- en kinderalimentatie.
Het is niet noodzakelijk om allebei een eigen advocaat te nemen. Indien u en uw partner ondanks de relatiebreuk nog goed in staat zijn om tot gezamenlijk overleg te komen en onderling afspraken te maken, biedt een echtscheiding op gezamenlijk verzoek u veel voordelen. Allereerst is de procedure vaak aanzienlijk korter. Indien u en uw partner het snel eens worden kan een gezamenlijk verzoek reeds binnen enkele weken afgewikkeld worden. Hierdoor zijn de kosten voor de procedure vaak beduidend lager. Het grootste voordeel is echter dat u zelf de afspraken heeft gemaakt en in een onderlinge overeenkomst (echtscheidingsconvenant) vast legt. Er wordt u dus niets opgelegd. De onderlinge afspraken worden samen met het gezamenlijk verzoek tot echtscheiding aan de rechtbank verzonden en de rechtbank zal dan doorgaans geheel conform de wens van partijen beslissen.
Een andere mogelijkheid om gezamenlijk tot een echtscheiding te komen is via scheidingsbemiddeling ofwel mediation. Mediation is het gezamenlijk oplossen van een geschil met de hulp van een neutrale, vakbekwame conflictbemiddelaar. Dit kan een advocaat zijn, maar dat hoeft niet. De mediator is namelijk vooral procesbegeleider.
Indien u kinderen heeft zullen er diverse beslissingen genomen dienen te worden die betrekking hebben op uw kinderen en ook grote gevolgen hebben voor uw kinderen.
Bij echtscheiding, beëindiging van geregistreerd partnerschap of scheiding van tafel en bed worden ouders verplicht afspraken vast te leggen over hun kinderen in een zogeheten ouderschapsplan. Deze verplichting geldt ook voor samenwonende ouders die gezamenlijk gezag over hun kinderen uitoefenen. Dit staat in de Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding.Het ouderschapsplan maakt onderdeel uit van het verzoek tot echtscheiding. In dat plan nemen de ouders in ieder geval afspraken op over drie belangrijke onderwerpen: de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, kinderalimentatie en informatie-uitwisseling over belangrijke aangelegenheden met betrekking tot de persoon en het vermogen van hun kinderen. Goede afspraken kunnen in de toekomst conflicten voorkomen en dat is belangrijk voor de kinderen. Conflicten rond scheidingen kunnen een schadelijke invloed hebben op de ontwikkeling van kinderen.
Zo zult u onder meer dienen te beslissen bij welke ouder het kind/de kinderen zullen gaan wonen. Hiervoor bestaan geen vaste regels. Over het algemeen zal een beslissing die door partijen gezamenlijk hierover genomen wordt ook door de rechter overgenomen worden. Komen partijen er samen niet uit, dan kijkt de rechter naar de persoonlijke situatie van ieder der partijen om te beoordelen wie het meest geschikt is om de zorg van de kinderen op zich te nemen. Het belang van de kinderen staat hier altijd bij voorop. Zijn de kinderen twaalf jaar of ouder, dan zal de rechter tevens de mening van de kinderen mee nemen in zijn beslissing.
Ook een co-ouderschap behoort tot de mogelijkheden. Dit betekent dat ouders in onderling overleg kunnen besluiten om de zorg voor het kind na de echtscheiding in gelijke mate te verdelen. Het kind woont dan bijvoorbeeld de ene week bij vader en de andere week bij moeder of drie dagen bij vader en vier dagen bij moeder. Van belang is wel dat co-ouderschap een vergaande mate van samenwerking vereist en derhalve alleen haalbaar is indien u en uw partner nog goed met elkaar kunnen overleggen. Het NIBUD heeft een aparte brochure over het co-ouderschap beschikbaar (ook op fiscaal gebied en m.b.t. kinderbijslag).
Omdat in de meeste gevallen een kind/de kinderen toch bij één van beide ouders gaan wonen, zal de ouder waar de kinderen niet woonachtig zullen zijn een recht op omgang willen hebben met de kinderen. Voor de duur en frequentie bestaan ook geen vaste regels. De meeste mensen kennen wellicht nog de tweewekelijkse weekendregeling. Hoewel deze nog veel voorkomt, zien we steeds meer dat vaders en moeders behoefte hebben aan een uitgebreidere en/of flexibelere omgangsregeling. Ook hier geldt dat er veel mogelijk is, mits de regeling in het belang van het kind is.
Gezag kan het beste omschreven worden als de zeggenschap en verantwoordelijkheid die de ouders gezamenlijk hebben over hun minderjarige kind(eren). Gezag heeft dan ook vooral te maken met de beslissingsbevoegdheid van ouders ten aanzien van belangrijke beslissingen over het kind. Dit kan bijvoorbeeld betrekking hebben op medische zorg, schoolkeuze en/of woonplaatskeuze. Ouders die gehuwd zijn hebben van rechtswege beiden gezag over de kinderen. Zij nemen dus samen belangrijke beslissingen over het kind.
Sinds een aantal jaren is het zo dat het gezag van de ouders ook na de echtscheiding gehandhaafd blijft. Beide ouders houden dus in beginsel gelijke zeggenschap over hun kind. Slechts in uitzonderlijke situaties kan de rechter op verzoek van één van de partijen bij een echtscheiding bepalen dat het gezag aan één van de ouders toegewezen moet worden. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als de communicatie tussen ouders dermate is verstoord dat het kind hier de dupe van wordt.
Over het algemeen weten de meeste mensen wel dat de ouder die de kinderen na de echtscheiding hoofdzakelijk gaat verzorgen in beginsel recht heeft op een bijdrage in de kosten m.b.t. de verzorging en opvoeding van de kinderen ofwel kinderalimentatie. Wat echter veel mensen niet weten is de manier waarop de bijdrage voor de kinderen wordt berekend.
Uitgangspunten voor de berekening van kinderalimentatie vormen enerzijds de behoefte van het kind aan een bijdrage. ( Welke bijdrage heeft het kind in beginsel nodig ? ) En anderzijds de draagkracht van beide ouders. Beide ouders zijn in de mate van hun draagkracht verplicht tot onderhoud van hun kinderen. Is de draagkracht van de ouders gelijk, dan dient iedere ouder de helft van de onderhoudskosten voor zijn rekening te nemen. In relatief veel situaties is de draagkracht van de verzorgende ouder echter veel lager dan die van de niet-verzorgende ouder, of zelfs geheel afwezig. In deze gevallen komen de onderhoudskosten van de kinderen dan nagenoeg geheel of geheel ten laste van de niet-verzorgende ouder. Dat laatste echter alleen indien de niet-verzorgende ouder ook daadwerkelijk in staat is om de berekende kinderalimentatie te betalen .
Voor het vaststellen van de behoefte van de kinderen aan een onderhoudsbijdrage wordt veelal gebruik van speciale tabellen van het NIBUD m.b.t. kosten van de kinderen. De financiële draagkracht van de ouders wordt vastgesteld aan de hand van een draagkrachtberekening, die meestal met behulp van een computer wordt uitgevoerd.
Voor kinderen in de leeftijd van 18 tot 21 jaar, de zogenaamde jongmeerderjarigen, geldt een verlengde onderhoudsplicht.. Ouders zijn verplicht bij te dragen in de kosten van onderhoud en studie van deze kinderen. Deze verlengde onderhoudsplicht geldt niet alleen voor studerende kinderen, maar ook voor kinderen die al dan niet inkomsten genieten. Of er in het geval van inkomsten bij deze kinderen, nog sprake is van behoefte aan een onderhoudsbijdrage door de ouders hangt natuurlijk af van de omvang van deze inkomsten.
Ook bij de berekening van partneralimentatie worden de uitgangspunten gevormd door de behoefte van de alimentatiegerechtigde aan een bijdrage in het levensonderhoud en de draagkracht van de alimentatieplichtige tot het betalen van een bijdrage in het levensonderhoud. Uitgangspunten voor de berekening van de behoefte van de alimentatiegerechtigde vormen onder meer de mate van welstand waarin partijen tijdens het huwelijk hebben geleefd, mate van vermogensopbouw tijdens huwelijk, inkomsten- en uitgavenpatroon tijdens laatste jaren huwelijk en de reële of met een zekere mate van waarschijnlijkheid te verwachten kosten van het levensonderhoud. De behoefte aan een bijdrage in het levensonderhoud wordt verminderd door eigen inkomsten van de alimentatiegerechtigde. De draagkracht van de alimentatieplichtige wordt wederom bepaald aan de hand van zijn reële inkomsten en lasten.
De duur van partneralimentatie is ingevolge de wet voor huwelijken die minder dan 5 jaar hebben geduurd en waaruit geen kinderen zijn voortgekomen gelijk aan de duur van het huwelijk. Heeft het huwelijk langer dan vijf jaar geduurd of zijn er in een korter durend huwelijk kinderen geboren, dan eindigt de alimentatieverplichting in beginsel na 12 jaar.
De boedelscheiding ook wel boedelverdeling genoemd zal afhankelijk van de vraag of u in gemeenschap van goederen bent gehuwd dan wel op huwelijkse voorwaarden bij helfte worden verdeeld dan wel op basis van de overeengekomen voorwaarden. Feit is dat bij beide wijzen van verdeling vaak dezelfde aspecten terugkomen:
Echtelijke woning
Indien u samen een huurwoning heeft bewoond bent u door het huwelijk beide hoofdhuurder van de woning geworden. Na de echtscheiding kan echter maar één persoon in de woning verblijven. U zult derhalve een keuze dienen te maken wie na de echtscheiding in de woning mag verblijven. Deze persoon zal het huurrecht van de woning krijgen toebedeeld.
Bent u samen eigenaar van een koopwoning, dan bestaan er globaal twee keuzemogelijkheden. Bij de eerste mogelijkheid blijft één van beide echtgenoten in de woning wonen en wordt de eigendom en eventuele hypothecaire verplichtingen (dit laatste indien de hypotheekbank hiermee instemt) aan deze persoon overgedragen. Dit dient officieel bij de notaris te gebeuren. De persoon die zijn eigendomsrechten van de woning prijsgeeft, heeft in beginsel recht op de helft van de overwaarde van de woning (= verschil tussen de waarde van de woning en het saldo van de hypotheekschuld), welke door de andere partij aan hem/haar dient te worden uitgekeerd.
De tweede mogelijkheid, verkoop van de woning, komt vaak voor als de eerste mogelijkheid financieel niet haalbaar is. Met name wanneer er sprake is van een grote overwaarde die voor de helft uitgekeerd moet worden, is het vaak moeilijk om de financiering van de woning rond te krijgen.
Inboedel
Uiteraard dienen ook de goederen (meubels, kleding, auto, sieraden etc.) die zich in de echtelijke woning bevinden te worden verdeeld. Advies is om deze verdeling zoveel mogelijk in onderling overleg te regelen. Een verdeling door een rechter en/of notaris leidt namelijk vaak voor beide partijen tot een onbevredigende oplossing.
Vermogen/schulden
Een positief vermogen kan altijd verdeeld of aan een van de partners toegescheiden worden. Bijvoorbeeld een positief saldo op een bankrekening. Bij een schuld, bijvoorbeeld een schuld uit geldlening, ligt dat anders. Zonder medewerking van de schuldeiser is dat niet mogelijk.
Ouderdomspensioen
Voor echtscheidingen die hebben plaatsgevonden op of na 1 mei 1995 is de Wet verevening pensioenrechten van toepassing. Deze wet geeft de vereveninggerechtigde (ex) echtgenoot een aanspraak op de helft van het tijdens het huwelijk opgebouwde ouderdomspensioen.